Dit artikel is geschreven door Hanneke Reitsma

Eenzaamheid onder hoogbegaafden wordt steeds meer erkend en herkend. Die eenzaamheid speelt zich dagelijks onder mijn eigen ogen af. Kinderen kunnen dit gevoel vaak moeilijk benoemen. Zij hebben het dan over zich onbegrepen voelen, onzeker zijn, zich anders voelen, boos en verdrietig zijn. Bij hun ouders en de hoogbegaafde volwassenen die ik ontmoet in onze praktijk, hoor ik de term eenzaamheid wel regelmatig voorbijkomen. Onlangs overspoelde mijzelf ook weer het intense gevoel van eenzaamheid. Omdat we er zo veel mee te maken hebben, werd het tijd om er een stuk over schrijven.

“Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard.”

Delphi-model (2008)

Hoogbegaafdheid volgens het Delphi-model

De definitie van hoogbegaafdheid is volgens het Delphi-model (2008): “Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard.” Een hele mond vol en met een lijst aan persoonlijkheidskenmerken. Men denkt dat dit gaat over zo’n 2 -3% van de wereldbevolking. Alleen al statistisch gezien is daarmee de kans klein dat een hoogbegaafde veel andere hoogbegaafden tegenkomt. Dit werkt eenzaamheid in de hand, aangezien dit kan voortkomen uit een gebrek aan mensen om je aan te spiegelen (peers / ontwikkelingsgelijken). Echter ligt er daarnaast volgens mij nog een complexere factor aan ten grondslag.

“…snelle, slimme denker die complexe zaken aankan…”

Waar we als hoogbegaafden regelmatig mee te maken hebben is het verschil van de werking van ons brein ten opzichte van andere niet hoogbegaafden. Dit zo benoemen zou kunnen suggereren dat het een beter is dan het ander. Ik zou het zelf graag willen beschouwen als een verschil in de aanleg van het ‘wegennetwerk’ in je hoofd. Daar is geen beter of slechter in, het is gewoon anders.

Ik zie het dus voor me als een zeer uitgebreid wegennetwerk met heel veel vertakkingen. Zodra er nieuwe (interessante/ nuttige) informatie het brein binnenkomt, wordt er direct een nieuw stukje voor het wegennetwerk aangelegd. Door het zoeken naar bestaande verbanden, wordt het nieuwe stuk aan het bestaande wegennetwerk verbonden. Daardoor wordt de nieuwe informatie makkelijk onthouden en verwerkt. Een routekaart voor dit netwerk is voor de hoogbegaafde zelf niet nodig. Die kent de weg en vindt die razendsnel. Bovendien koppelt een hoogbegaafde nieuwe informatie ‘als vanzelf’ dus aan een heleboel andere gedachtengangen (wegen) en conclusies (bestemmingen). Niet verwonderlijk dat hoogbegaafden vaak associatieve denkers zijn. De moeilijkheid zit hem in de vertaling van alle denkstappen naar de ander. Hoe leg je een ander uit dat je bij een bepaald onderwerp ook nog die en die gedachten hebt en dat het dus betekent dat er logischerwijs dit en dit nodig is. (Snap je?) Proberen uit te leggen wat je denkt, en waarom, en wat er de logica van is, is altijd slechts een samenvatting van het proces dat zich heeft afgespeeld je hoofd. Het is heel moeilijk om anderen deelgenoot te maken van dat proces/ de route door je wegennetwerk. Het snel komen tot conclusies, het stellen van verrassende/ rare vragen, het uitgebreid delen van kennis en gedachtegangen, het snel een antwoord klaar hebben, komt voor anderen wel eens bedreigend, gevoelloos of zelfs als arrogant over. Hoogbegaafden voelen vaak haarfijn aan dat er een oordeel ligt op dat snelle/anders denken. Sommigen trappen vervolgens voortdurend bij zichzelf op de rem (of hun omgeving doet dat) zodat anderen geen last krijgen van hun tempo en gedachtekronkels. Dat aanpassen aan een ander kost bakken met energie.

“…intens levend, sensitief en emotioneel mens…”

En daarmee komt ook het intens voelen om de hoek kijken. Het voelen en aanvoelen. Waar het bij het denken nog relatief makkelijk te vergelijken is met een groot wegennetwerk, is dat met voelen ingewikkelder. In het leven denken we dus niet alleen heel snel en complex, we voelen ook veel en intens. Er is sprake van een diepe verwerking. Wat hoogbegaafden voelen is vaak een grote wirwar aan emoties, een brei. Misschien is, als ik er zo over nadenk, de vergelijking met bolletjes in de war geraakte wol van allerlei kleuren wel een goede vergelijking met het voelen. Om mensen uit te leggen wat je allemaal kunt voelen bij een bepaalde situatie is dus ook uitdagend. De emoties zijn lastig van elkaar te onderscheiden. Laat staan dat je vervolgens kunt aangeven wat je bijbehorende behoefte is. Het gaat namelijk niet alleen om de emotie blij, bedroefd, bang of boos. Het zijn er meerdere tegelijk in allerlei gelaagdheden. Daardoor worden hoogbegaafden vaak gezien als intense mensen, net een beetje te. Of juist sociaal onhandig, of teruggetrokken. Dit terugtrekken werkt als een beschermingsmechanisme om niet steeds geconfronteerd te hoeven worden met het onbegrip van de wereld om je heen. Hoe eenzaam is dat?

Lekkere cocktail?

De optelsom van gedachten en emoties is groot en complex. Gooi er nog een bak gedrevenheid, autonomie en nieuwsgierigheid tegenaan en je hebt een bijzondere (in potentie zeer goede) cocktail. Je bent anders, logisch dat je dat voelt. Als je je er niet van bewust bent dat dit bij hoogbegaafdzijn hoort, dat je hierin anders bent, dan doet dat vaak ook iets met je zelfbeeld. “Ik voel me anders, maar weet niet waarom.” Het roept schaamte op, je denkt dat je dom bent, maakt je onzeker, angstig, verdrietig, boos, misschien zelfs depressief op langere termijn. Mensen die op jouw niveau en tempo met je kunnen meedenken en meevoelen zijn moeilijk te vinden. Als je je wel bewust bent van de oorzaak van het ‘anders-zijn’, ligt het gevaar op de loer dat mensen je op een voetstuk plaatsen. Immers weet en snap je alles wel, en mensen kijken tegen je op. Sterker nog, men kan van jou alle antwoorden en oplossingen verwachten. Ook daarin is eenzaamheid vaak voelbaar (eenzaam aan de top). Niet verwonderlijk dat hoogbegaafden in deze complexe wirwar wel eens wat hulp kunnen gebruiken in hun leven.

Praktijkvoorbeeld

Sinds kort zit ik wekelijks weer in de collegebanken. Daar geniet ik aan de ene kant volop van het opdoen van nieuwe kennis en ervaring en het leren van de ‘grootmeesters’. Aan de andere kant voel ik ook de pijn en de eenzaamheid van het anders zijn en denken regelmatig. Bijvoorbeeld wanneer een college uren duurt, terwijl de essentie voor mij al snel duidelijk was. Dan kan ik mezelf wel opvreten van frustratie vanwege het tempo en (gebrek aan) diepgang. Medestudenten stellen vragen waarvan ik niet begrijp waar ze vandaan komen. Vroeger zou ik gedacht hebben dat ik dom was, omdat ik hun vragen niet begreep. Nu snap ik de oorzaak beter, maar dat neemt het gevoel van eenzaamheid nog niet weg.  In zo’n geval komen allerlei emoties in mij naar boven op en probeer ik me in eerste instantie aan te passen aan de groep. Dat helpt uiteindelijk niks en gelukkig durf ik nu anders te kiezen en mijn eigen weg te volgen en daarin positief onaangepast te zijn.

Bij casuïstiekbesprekingen in mijn werk ervaar ik gevoelens van eenzaamheid ook vaker. Wanneer ik informatie over een casus te horen krijg, dan lichten er  direct allerlei plekken in mijn wegennetwerk op. Door een combinatie van informatie verzamelen (verstand) en gebruik maken van mijn ervaringen en intuïtie (gevoel), kom ik snel op mijn bestemming. Om vervolgens over tafel te krijgen hoe ik hier gekomen ben, is uitdagend. De samenvatting van die route doet haast geen recht aan mezelf en niet aan de casus. Het kan zomaar overkomen als kort door de bocht, ongenuanceerd aan de ene kant of juist oneindig complex en onoverzichtelijk aan de andere kant. Worden mijn gedachten en intenties dan wel goed geïnterpreteerd? Doordat de hypothese vaak klopt, word ik snel op een voetstuk gezet terwijl ik behoefte heb aan gelijkwaardigheid. Maar hoe doe je dat? Een eenzame worsteling is dat.

Het gevoel van onbegrepen worden, de angst om onbegrepen te worden of heel erg hard moeten werken om begrepen te worden, daar zit volgens mij een belangrijk deel van de eenzaamheid. Hoe meer kennis en ervaring je in de loop van de jaren verzamelt, hoe meer je bekend bent met je gevoelsleven, hoe meer wegen je kunt bewandelen in je wegennetwerk. Maar daardoor wordt het ook des te ingewikkelder om mensen deelgenoot te maken van je gedachtegangen. Wie kan mij aan met al mijn intensiteiten?

Uit de eenzaamheid?

In mijn eigen leven heb ik gemerkt dat ik in de loop van het leven gevoeliger wordt voor het herkennen van je ‘eigen soort’, dat helpt enorm. Ik zeg dat over kinderen in onze praktijk ook wel eens; hoogbegaafdheid zie je gewoon aan hun neus. Hoe fijn is het als je iets van herkenning van jezelf in de ander ziet en de ander in jou. Het is zo’n verademing! Wanneer kinderen dit in hun kindertijd en jeugd niet of nauwelijks ervaren, kun je de gevolgen uittekenen. Mensen hebben de natuurlijke behoefte om erbij te horen (“laat me niet alleen”) en op waarde geschat te worden (Sue Johnson, grondlegger Emotional Focused Therapie). Daarom is het voor kinderen zo belangrijk dat ze van jongs af aan met enige regelmaat gelijkgestemden kunnen treffen bij wie ze volop zichzelf kunnen zijn en zich kunnen spiegelen. Iemand die hun gedachten en emoties kan begrijpen. Ouders hebben daarin een primaire taak (Bowlby, Hechtingstheorie). Maar buiten het gezin is dit ook essentieel. Het geeft een gevoel van veiligheid en eigenwaarde; een fundament van een gezond zelfbeeld. Je nooit meer eenzaam voelen als hoogbegaafde is een illusie denk ik, zolang we hier op deze aarde rondlopen althans. Ik heb ontdekt dat het enorm helpt om mensen om je heen te hebben die op hetzelfde tempo met je mee kunnen denken en voelen. Al is het er af en toe maar ééntje. Als we ons dat steeds realiseren, dan kunnen we ook compassie hebben en erkenning geven voor de emoties op die momenten dat dit er niet is, maar wel nodig is. Ouders, docenten, en hulpverleners hebben hierin een ongelofelijk belangrijke taak. Wanneer je voelt dat iemand naast je kan staan in je eenzaamheid, dan ben meteen een beetje minder eenzaam.