Hoe gaan wij om met IQ-testen en onderzoek?

Er is recent online veel te doen geweest rondom IQ-testen, met name over de RAKIT-2. We merken dat dit bij ouders vragen oproept en dat er sterke meningen ontstaan over welke test je al dan niet zou moeten gebruiken om tot een goede score voor een (vermoedelijk) hoogbegaafd kind te komen. Om aan deze vragen tegemoet te komen, licht ik graag toe hoe we binnen Praktijk Extralent omgaan met de verschillende IQ-testen.

Voordat ik daar duidelijkheid over geef, wil ik eerst aangeven dat de manier waarop we onderzoeken doen (de diagnostiek) steeds in ontwikkeling is, en gebaseerd op de nieuwste inzichten. Hoe we er nu mee omgaan is gebaseerd op de kennis en ervaringen die we tot nu toe hebben opgedaan. De ontwikkelingen op dit gebied hebben onze volle aandacht en we zijn er op allerlei fronten intensief bij betrokken. Dat betekent dat onze onderzoeken (en verslagen) van een jaar geleden er al weer anders uit zien dan nu, en ook dat de onderzoeken van volgend jaar er waarschijnlijk weer anders uit zullen zien dan die van nu. We zien het als onze taak en plicht om hier voortdurend een onderzoekende houding in aan te nemen, ons te blijven laten scholen en kritisch te blijven kijken naar wat we doen, waarom we het doen en hoe we het belang van het kind steeds voorop kunnen stellen.

 

WISC-V-NL en RAKIT-2

Wij gebruiken in onze praktijk twee verschillende intelligentietests; de RAKIT-2 en de WISC-V (beide van uitgever Pearson). De RAKIT-2 is genormeerd voor kinderen vanaf 4 jaar tot 12 jaar en 6 maanden en de WISC-V voor kinderen vanaf 6 jaar tot 16 jaar en 11 maanden. De kennismaking of de intake is het moment waarop we bepalen welke IQ-test wij kiezen voor het begaafdheidsonderzoek. Bij vermoedens van hoogbegaafdheid wordt het risico op het plafondeffect groter naarmate het kind ouder is. Daarom is de leeftijd van het kind bij de keuze van de test bij ons de grootste bepalende factor. Het liefst testen we kinderen vanaf 6 jaar, maar soms is het noodzakelijk of gewenst om eerder te testen. Dit kan vanaf 4 jaar. We gebruiken de RAKIT-2 tot een leeftijd van 8 jaar, daarna gebruiken we de WISC-V. Kinderen die 8 jaar zijn testen we zowel met de RAKIT-2 als met de WISC-V. Maar ook een kind van 6 of 7 wordt soms met de WISC-V getest. Hierbij zijn andere factoren dan medebepalend voor de keuze. Denk bijvoorbeeld aan de leervoorkeur van een kind (visueel of talig), faalangst, de situatie waarin het kind momenteel verkeert etc.

Door de relatief weinig hoogbegaafde kinderen die hebben bijgedragen aan de normgroep voor beide testen is de nauwkeurigheid van het IQ boven 130 moeilijker nauwkeurig te bepalen. Er is (nog) geen perfecte test in Nederland voor het onderzoeken van vermoedelijk hoogbegaafde kinderen. Vooral bij de RAKIT-2 blijkt dat er te weinig moeilijke opgaven in de test zitten om goed te kunnen differentiëren bij een score tussen de 130 en 145. Maar ook de WISC-V heeft zijn uitdagingen bij het testen van vermoedelijk hoogbegaafde kinderen. Het werkgeheugen en de verwerkingssnelheid zijn sterk wegende factoren (indexen) in de bepaling van de totale score (naast de andere indexen verbaal begrip, visueel ruimtelijk en fluïde redeneren). Kinderen die al een tijdje ‘uit’ staan op school scoren sneller lager op deze factoren, waardoor de totale score lager uitvalt dan verwacht. Het mooie van beide tests is dat ze gemaakt zijn op basis van het CHC-model (klik op deze link voor een duidelijke uitleg van dit model) waardoor ze na afname een heel mooi overzicht geven van de sterktes en zwaktes van een kind. Een IQ-score moet daarom ook nooit op zichzelf gezien worden, maar in het totaalplaatje.

Het begaafdheidsonderzoek

De IQ-test is bij ons slechts een deel van het totale begaafdheidsonderzoek. Het onderzoek vindt plaats verdeeld over twee momenten binnen één week. Zo kunnen we zoveel mogelijk van een kind zien, houden we de spanningsboog maximaal en kan een kind wennen aan de tester en de testsituatie; allemaal factoren waarvoor onze doelgroep erg gevoelig is. We onderzoeken bijvoorbeeld ook de persoonlijkheidskenmerken van een kind aan de hand van de theorie van Dabrowski, het sociaal- en emotioneel welbevinden, belemmerende en compenserende interne en externe factoren, creativiteit etc. De reden dat we dat doen is omdat (hoog)begaafdheid veel meer omvat dan alleen een IQ-cijfer. We willen een kind zo compleet mogelijk in beeld brengen, waardoor ook de behoeften van een kind zo duidelijk mogelijk zichtbaar worden. Op deze behoeften en inzichten worden onze adviezen geschreven.

 

IQ: van cijfer naar intervalscore

We geven het IQ niet meer als één cijfer weer, maar als 90% intervalscore. De uitgever van beide IQ-testen adviseert dit zelf overigens ook. We geven daarmee aan dat de daadwerkelijke score met 90% zekerheid ligt tussen de twee genoemde getallen. We hopen dat collega’s in het vak dit ook (nog meer) zullen gaan doen, zodat kinderen niet zomaar meer worden beoordeeld op dat ene cijfertje boven of onder de 130, maar dat scholen wel móeten gaan kijken naar het totaalplaatje van een kind. Wij zetten ons er enorm voor in dat scholen dit steeds meer gaan doen (o.a. door de manier van verslaglegging en door het geven van trainingen aan scholen). Het totale plaatje zegt namelijk zo veel meer over wat een kind nodig heeft. Daarbij willen we samen (ouders, school en kind) kijken naar wat er achter het zichtbare gedrag zit. Waar komt het vandaan en hoe interpreteer je dat juist? En welke behoefte heeft het kind dan?

 

Executieve functies

Het executief onderzoek kan naast het begaafdheidsonderzoek afgenomen worden. Al hebben we een beetje een haat-liefde verhouding hebben met het begrip executieve functies omdat deze niet altijd juist geïnterpreteerd worden. We beschrijven het uitgebreider via deze link op onze site. In de kern komt het hier ook weer neer op het juist interpreteren van zichtbaar gedrag. Beheerst een kind een bepaalde functie niet of beheerst het kind een bepaalde functie in een bepaalde situatie niet? In dat geval moeten we ook kijken naar de situatie waarin het kind het wel en niet laat zien. Dat geeft weer inzicht in de behoefte van het kind. Die behoefte is vaak een ingang om weer verder te kunnen met het zichtbare gedrag en geeft zicht op de vaardigheden die een kind nog moet ontwikkelen.

 

Didactisch onderzoek

Soms is een begaafdheidsonderzoek helemaal niet nodig en is er veel meer baat bij een didactisch onderzoek. Hierover beschrijven we uitgebreider via deze link op onze site.

 

Nieuwe test in ontwikkeling – KIQT, IQ test voor (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen

Femke Hovinga (SCAL IQ en Talentissimo) en Yvonne Cramer (testontwikkelaar) zijn al een tijd bezig met het ontwikkelen van een IQ-test speciaal voor (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen. Deze test meet het meest accuraat bij een IQ tussen de 115 en de 170. In de ontwikkeling van deze IQ-test zijn ook factoren meegenomen die bij onze doelgroep een belemmering kunnen zijn in het zicht krijgen op de daadwerkelijke capaciteiten (denk daarbij aan het werken onder tijdsdruk). Meer informatie over deze test kun je lezen via deze link.

Wij houden de ontwikkelingen rondom deze test nauwlettend in de gaten. Kinderen die bij ons onderzocht zijn of in begeleiding zijn (geweest) doen ook mee aan de normering van deze test. Ook onderzoeken we de mogelijkheden om mee te testen om voor deze IQ-test een bijdrage te leveren aan de normering. In de toekomst komen er dus meer mogelijkheden om onze doelgroep te testen en dat is natuurlijk mooi nieuws.

 

Gepubliceerd op 28-04-2019