Herken je dat? Je dochter komt uit school en is me toch een partijtje chagrijnig. Je probeert erachter te komen wat er aan de hand is en vuurt de ene na de andere vraag op haar af. Je krijgt het niet losgepeuterd. Uiteindelijk loopt ze zuchtend en gefrustreerd weg. Tegen de tijd dat het bedtijd is, komen de verhalen wel los. Blij dat je bent dat je dochter nu wel haar verhaal wil vertellen, luister je uitgebreid naar het hele verhaal. Ze gooit alle frustratie eruit over vriendinnen die opeens niet meer leuk waren, leerkrachten die haar verkeerd hadden begrepen en ook nog dat ze veel te makkelijk werk had gekregen. Je gaat er diep op in en probeert zoveel mogelijk mee te voelen. Het is tenslotte ook niet makkelijk om anders te zijn op school. Dan gaat je dochter huilen en je neemt uitgebreid de tijd om haar te troosten. Na een uur ga je naar beneden. De komende uren kan je dochter niet slapen, dus je rent nog een paar keer naar boven. Zelf ben je er moe van, bezorgd, boos en verdrietig. Je pakt je laptop en klimt in de pen om een lange mail naar de juf te sturen om opheldering te vragen over de hele situatie. Dit kan zo niet langer.
Doe je hier nu echt goed aan? Je hebt uiteraard het beste met je kind voor. Toch is het goed om je bewust te zijn van een aantal valkuilen:

1. Eindeloos discussiëren

Dit is een van de meest gehoorde frustraties van ouders van hoogbegaafde kinderen. Ze weten alles zo goed te beargumenteren. Het gevaar is alleen dat je binnen een gesprek de focus verliest. Je raakt verzeild in allerlei pietluttigheden. Probeer de focus op het onderwerp te houden. Ga niet in op beschuldigingen over de vorm. En bewaak de tijd, ga niet eindeloos door. Dat betekent dat je als ouder soms gewoon moet zwijgen en niet opnieuw ingaat op het onderwerp. En ook dat je niet altijd letterlijk het laatste woord hebt. Eindeloze gesprekken of discussies voor het slapengaan moet je zoveel mogelijk voorkomen. Kinderen zijn moe en kunnen niet meer reëel naar de situatie kijken. Bewaar het voor morgen.

Voorbeeld: Stel je hebt als vaste afspraak dat er tussen het sporten en het eten standaard gedoucht wordt. Toch wordt deze afspraak elke keer ter discussie gesteld: “Ja, maar ik ben zo moe als ik terugkom van sporten, ik heb dan zo’n honger, kan het niet morgenvroeg, waarom hoeft mijn vriend dat dan niet?” Voordat je het weet leidt dit tot een eindeloze discussie, machtsstrijd en rollende tranen. Houd zo’n discussie zo kort mogelijk. Zeg bijvoorbeeld: “Je kent de afspraak, deze geldt vandaag ook. Ik ga er niet met je over in discussie. Je kunt aan tafel komen als je je gedoucht hebt.” Ga vervolgens niet in op eventuele boosheid die hieruit voortkomt. Blijf kalm en rustig in hoe je praat.

2. Rolmodel zijn in faalangst, sterk rechtvaardigheidsgevoel, perfectionisme

Begrippen als fixed en growth mindset ken je wellicht al. Wist je dat jij als ouder een grote invloed hebt op de mindset van je kind? We hebben allemaal een mix van een fixed en growth mindset, afhankelijk van de situatie. Heeft je kind vaak een fixed mindset? Dan heb ik nieuws voor je: dikke kans dat jij zelf ook regelmatig een fixed mindset hebt. Faalangst, perfectionisme en een sterk rechtvaardigheidsgevoel zijn allemaal voedingsbodems voor een fixed mindset. Als je zelf moeite hebt met fouten mogen maken, als je zelf alles voor een 10 wilt doen en altijd wel ergens een verbeterpuntje ziet, straal je dat ook af op je kinderen. Vaak gaat dat gepaard met slecht tegen kritiek kunnen. Zelf kijk je ook met een kritische blik naar mensen en situaties om je heen. En je kinderen zien dit en nemen dat over. Wees je ervan bewust hoe je reageert in moeilijke situaties. Hoe kritisch praat jij over jezelf en anderen? Hoe reageer je als jij of een ander een fout maakt? Heb je een negatief zelfbeeld? Dan is het extra moeilijk om je kind te steunen in het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Probeer in ieder geval zoveel mogelijk in zogenaamde groeitaal te communiceren (ook naar jezelf!). Reageer bijvoorbeeld op proces in plaats van op resultaat.

3. Je kind niet durven laten falen

Op je gezicht gaan doet pijn. Als ouder weet je dat maar al te goed. En als ouder wil je het beste voor je kind en wil je dat ze zo min mogelijk faal-momenten hoeven te ervaren. Het is makkelijker om hun problemen zelf op te lossen dan je kind door een proces van falen en groeien te leiden.  De vraag is of dat wel een goed uitgangspunt is. Fouten (zien) maken is namelijk een heel goede manier om nieuwe dingen te leren. Om iets te kunnen leren moet je in actie komen, je moet gaan ‘doen’. En ja, dan kan er iets mis gaan… Geef jij je kind de kans om deze wijze lessen te leren? Oefen samen met je kind met kleine en makkelijk op te lossen problemen. Geef het verantwoordelijkheid voor zaken die passen bij zijn/haar ontwikkeling. Zo ontdekt je kind dat het zelf in staat is om oplossingen te bedenken en toe te passen .

Voorbeeld: Je zoon krijgt voor elke vrijdag huiswerk op. Hij moet dat huiswerk noteren in zijn agenda en thuis maken. Op donderdagavond is er paniek, want je zoon is vergeten het huiswerk te noteren in zijn agenda. Nu weet hij niet wat hij moet doen. En geen huiswerk betekent strafwerk. Je primaire reactie is misschien dat je even met de leerkracht belt of mailt om te vragen wat het huiswerk was. Het jammere is dat je je zoon hier een heel belangrijke les ontneemt; namelijk het belang van noteren van het huiswerk. Wat kan het kwaad dat je zoon een keer straf krijgt? Hoe groot is de kans dat hij een volgende keer zijn huiswerk noteert als jij de leerkracht opbelt?

 

4. Je eigen pijn en tekorten uit je jeugd projecteren op je kind

Er is tegenwoordig een stuk meer aandacht voor hoogbegaafdheid dan vroeger. De constatering dat je kind hoogbegaafd is, kan dat van alles losmaken over je eigen jeugd. Er gaan misschien wel puzzelstukjes op hun plaats vallen. Wellicht heb je verdriet over dat wat je vroeger zelf gemist hebt hierin. Het risico dat je loopt is dat je dit wilt overcompenseren bij je eigen kinderen. Je wilt ze namelijk behoeden voor de pijn die je zelf hebt ervaren in je jeugd, je wilt ze geven wat je zelf gemist hebt of altijd zo graag had willen doen. Je hiervan bewust zijn is de eerste stap. Daarna is het de kunst op met een reële bril naar je kind te kijken en je bril uit het verleden de boel niet te laten verkleuren.

5. Je eigen hooggevoeligheid

Het hoeft niet zo te zijn, maar er is een reële kans dat jij zelf, net als je hoogbegaafde kind, hoogsensitief bent. Als hoogsensitief persoon ben je (o.a.) meer dan anderen gevoelig voor positieve en negatieve ervaringen en signalen van afwijzing of goedkeuring. Hoe ga je hiermee om? Stel dat er moeilijkheden zijn met je kind op school. Je hebt de indruk dat de leerkracht je kind onvoldoende begrijpt. Reageer je dan vanuit je eerste emotie? Wat voor een reactie krijg je dan? Ga bijvoorbeeld niet in het heetst van de strijd naar school toe. Zorg dat je even afstand neemt van je emoties en nadenkt over wat je wilt overbrengen. Heb je een goede relatie met school, dan heb je de meeste kans om iets te bereiken. Heb je hier veel moeite mee? Ik kan je helpen in het contact met de school.

6. Voorbij gaan aan de intensiteit van je kind

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak intense emoties. Regelmatig worden ze geconfronteerd met een verkeerde interpretatie van hun emoties. Zo worden bijvoorbeeld de leiderschapskwaliteiten van een kind geïnterpreteerd als bazig of het vragen stellen als gezagsondermijnend. Hoe belangrijk en fijn is het voor de eigenwaarde van je kind dat je als ouder wel deze kwaliteiten op waarde kunt schatten. Ga naar deze kwaliteiten op zoek bij je kind. Als je deze kwaliteiten ziet, wordt het makkelijker om minder te reageren vanuit jouw eerste emotie. Je kunt als volgt omgaan met deze intense emoties: Je maakt ruimte voor erkenning, je biedt troost. Dan doe je de reality check en daarna kun je benoemen wat er nog te leren of verbeteren valt. Het kost een berg energie, maar het doet zo veel voor het zelfbeeld van je kind.

Voorbeeld: Je zoon komt boos uit school. Hij heeft straf gekregen. Bij de ontdekking dat hij vergeten was zijn fruit voor die dag mee te nemen, heeft hij zich de koekjes van een ander kind toegeëigend. Ze lagen voor het grijpen in de pauzemand. De kwaliteit van je zoon is het oplossend denkvermogen. Benoem dat. Troost hem met woorden als “Jammer dat die koekjes niet van jou waren, he?” Doe de reality check: “Het is niet de bedoeling dat je iets pakt wat niet van jou is”. En daarna:“Wat kun je een volgende keer doen als je je fruit vergeten bent?” (verbetering zoeken)

7. Je kind te veel vrijlaten of te weinig ruimte geven

Het moeilijkste puntje heb ik voor het laatst bewaard. Want wat zeg je hierover? Het raakt de fundamenten van je opvoedstijl. Die zit vaak verweven in je zijn. Je krijgt de stijl mee van thuis. Daarom is het lastig om je opvoedstijl te veranderen. Toch is het goed om er eens naar te kijken. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een sterke drang naar autonomie. Dat betekent dat ze zelf dingen willen bepalen, uitzoeken, kiezen enzovoort. Een belangrijke behoefte om aan tegemoet te komen. Maar hoe houd je de balans? Vaak zie ik twee typen ouders.
Ofwel ouders die alles met hun kind overleggen en hun kinderen (te) veel keuzevrijheid geven, moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen uit angst voor confrontaties. Je ziet dat kinderen daar op verschillende manieren op kunnen reageren (onzeker, of juist misbruik van maken, wangedrag laten zien). Het tweede type ouder heeft een autoritaire en controlerende opvoedingsstijl. Vaak wordt de drang naar autonomie van het kind als bedreigend gezien of zelfs als brutaal. Daardoor worden de teugels extra hard aangehaald. Er ontstaat regelmatig een machtsstrijd, waarbij de ouder niet wil verliezen (en het kind ook niet…). Ook hierop kan een kind weer verschillend reageren (tegendraads, in de aanval, extreem teruggetrokken of sociaal wenselijk gedrag / ‘pleasen’).

De uitdaging is om de balans te vinden. Te veel keuzevrijheid geeft onveiligheid. Geen keuzevrijheid en (extreme) controle is geestdodend. Kinderen met een grote behoefte aan autonomie hebben, net als andere kinderen, grenzen en kaders nodig. Geef die dan ook en laat ze binnen die kaders hun keuzes maken. Zo leren ze langzaam maar zeker op eigen benen te staan. Laat ze bijvoorbeeld kiezen uit een paar dingen, niet uit alles. Zorg dat jij oké bent met alle keuzemogelijkheden die je geeft.

Ik zal trouwens de laatste zijn die zal zeggen dat ik nooit in een of meerdere bovenstaande valkuilen terecht gekomen ben. Opvoeden van hoogbegaafde kinderen blijft een constant balanceren en ja, dan val je soms in zo’n kuil. Maar ik heb geleerd dat hoe meer je je bewust bent van deze valkuilen hoe beter je ze in de loop van de tijd weet te omzeilen. Je wordt er steeds handiger in. De kunst is om jezelf in de spiegel aan te durven kijken. En vervolgens je te bedenken wat jij als ouder kunt doen om de situatie een volgende keer anders aan te pakken. Het leren opvoeden van hoogbegaafde kinderen is daarom ook een proces van leren over jezelf en je bewust worden van je eigen gedrag en gedachtes. Dat proces is soms pijnlijk en confronterend, maar ook bijzonder en mooi.

Soms helpt het als iemand anders je de spiegel voorhoudt en je helpt in de bewustwording. Iemand die je helpt om dit ook om te zetten naar concrete acties voor jezelf en in de opvoeding. Dat is geen falen, je hoeft je er niet voor te schamen. Je geeft jezelf en je kind(eren) een kans om te groeien. Hoe gaaf is dat?

Ik vind het prachtig als ik daarin een stukje met je mag meewandelen. Ik wil met je spiegelen, reflecteren en op zoek gaan naar concrete acties voor jezelf in je thuissituatie. Niet in een standaard format, maar op maat naar jouw behoefte.
Neem contact met mij op voor een vrijblijvende kennismaking.
Ik hoop dat ik je heb kunnen inspireren of prikkelen. Reacties op dit bericht zijn altijd welkom.

Wil je mij volgen en op de hoogte blijven? Klik dan hier en like de Facebookpagina van Praktijk Extralent.
Vind je dat meer mensen dit artikel moeten lezen? Deel het gerust!

 

Hanneke Reitsma-Stegeman

 

 

 

 

 

Gepubliceerd op 19-02-2017